Amsterdam Pipe Museum
$('#mast1').cycle({
			delay: 1000,
			speed: 2000
		});
$('#mast4').cycle({
			delay: 1000,
			speed: 3000
		});
$('#mast7').cycle({
			delay: 2000,
			speed: 4000
		});
$('#mast10').cycle({
			delay: 0,
			speed: 2000
		});
home > museum > de museumorganisatie

Jaarverslagen

Jaaroverzicht Stichting Pijpenkabinet 2015

Algemeen
Het jaar 2015 is voor het Amsterdam Pipe Museum over het geheel genomen een goed jaar geweest. Stijgend bezoekersaantal, betere omzet van de museumwinkel, prachtige serie aanwinsten voor de collectie. Ook het werk achter de schermen ging gestaag door met investeringen in de kennisstructuur en database. Tegelijkertijd moeten we constateren dat de zichtbaarheid van het museum, zowel fysiek voor de bezoekers als het grote virtuele belang van collectie en kenniscentrum, verbetering behoeft. Anders gezegd, er gebeurt meer dan het publiek ziet en dat moet duidelijker kenbaar worden.

Bestuur en personeel
Het bestuur vergaderde in 2015 driemaal. Het in 2014 ingezette uitgangspunt van gestaag doorwerken werd ook dit jaar vervolgd. Tussen de vergaderingen vond regelmatig informeel overleg plaats over beleidszaken. De secretaris bezocht de vergaderingen van het Amsterdamse museumoverleg OAM en het overleg van de marketingafdelingen. Andere specifieke bijeenkomsten over educatie en programmering werden uit tijdsefficiëntie op afstand gevolgd. Daarnaast bezocht hij diverse openingen en manifestaties om de relaties met de musea in de stad te continueren. Naast de staf waren als vrijwilliger IJsbrand van Dijk als registrator en Hub Dohmen als rondleider actief.

Aanwinsten
De aanwas van de collectie van het Amsterdam Pipe Museum over 2015 lag met 253 objecten boven het gemiddelde. Uiteraard is de groei van de collectie afhankelijk van de kansen op de markt, samen met de beschikbare tijd om die markt te volgen. Opvallend is dat de groei gespreid is over de hele breedte van de verzamelgebieden. Een tweede constatering is dat in 2015 de waarde per object - zowel in euro's uitgedrukt als qua collectiebelang - hoger is dan gemiddeld.

Tot de bijzondere aanwinsten behoort een volledig van rode pipestone gemaakte tomahawk, een pijp dus in de vorm van een strijdbijl van de Amerikaanse Sioux Indianen. Een andere Amerikaanse pijp die het museum kon aankopen, via een Amerikaanse galerie, is gemaakt door de Tlingitstam, op het grensgebied van Canada en Alaska. Het gaat om een pijp gesneden uit de kolf van een Europees geweer, door de Indiaan veroverd op een kolonist. Aan weerszijden is deze opmerkelijke pijpenkop versierd met een expressionistisch uitgewerkte vissenkop. De pijp van voor 1850 is een uniek voorbeeld van interculturele uitwisseling. Van de nabijgelegen Haida, noord-west Canada, werd een zogenaamde panel pipe verworven, gesneden uit zwarte steen met de afbeelding van mens- en dierfiguren.

Europese pijpen van verschillende materialen worden nog altijd toegevoegd, omdat zij nieuwe inzichten bieden in de variatie van het rookgerei. Bij dergelijke aankopen wordt de laatste jaren vooral gelet op de kwaliteit.

Bij een particulier deed de conservator een ontdekking van iets waar het museum al vele jaren naar uitkijkt maar nooit eerder heeft kunnen vinden. Het gaat om getekende pijpontwerpen, in dit geval gemaakt door de pijpensnijder Jean Perron in de jaren 1860 en 1870. De unieke serie van ruim 85 verfijnde potloodtekeningen, samengebracht in een prachtige cassette, geeft een overzicht van de verschijningsvorm van de meerschuimpijp uit die tijd, van tijdgebonden modeportretten tot licht erotische voorstellingen. Perron blijkt een begiftigd kunstenaar die naast tekentalent primair als snijder van belang is geweest. Dit bijzondere object sluimerde een generatie in de bibliotheek van een buitenlandse bibliofiel totdat dit werd ontdekt.

Uit twee Nederlandse musea werden objecten overgenomen, de eerste wegens sluiting, de tweede wegens ontzameling. Daarmee werd met name de categorie tabacologie uitgebreid. Een zeldzaam ensemble van Fries aardewerk, tabakspotten, kwispedoor en pijpen verwierven wij uit de collectie van het particuliere Harlinger Aardewerk Museum in Harlingen. Het gaat om voorbeelden van de Friese pronkzucht uit de negentiende eeuw, waarbij vooral de stukken uit de fabriek van Tichelaar uit Makkum grote verfijning tonen. Een andere, meer diverse groep komt uit het depot van Museum Gouda en werd daar als overbodig aangemerkt, terwijl dit materiaal voor het Amsterdam Pipe Museum juist een aanvulling was. Het betreft tabacologie en buitenlandse pijpen, het meeste materiaal met een traceerbare herkomst tot in de jaren 1930.

Naast aankopen vond er ook invoeging van reeds aanwezige objecten op een eigen nummer plaats waardoor het aantal voorwerpen in de collectiedatabase toenam van 31.267 naar 31.926. Alle aanwinsten van 2015 zijn inmiddels geregistreerd, gefotografeerd en vanzelfsprekend zichtbaar op de online collectiedatabase www.pipemuseum.nl.

Collectiebeheer
Veel van het museale werk bestaat uit collectiebeheer. Voorafgaande aan de fotografie worden voorwerpen nagelopen, schoongemaakt en zo nodig worden kleine restauraties verricht. In 2015 is - zoals voorgaande jaren - een groep van 60 persvormen opgeknapt. Daarnaast is een eerste deel van onze omvangrijke archeologiecollectie doorgenomen en geschoond van niet-geregistreerd studiemateriaal dat geen belang meer heeft voor toekomstig onderzoek. De plek die vrijkwam in de ladekasten wordt ingenomen door gegroeide collectieonderdelen. In het depot konden daardoor de laden met de deelcollecties porselein en steengoed heringericht worden, met als resultaat een veiliger, overzichtelijker opslag en een betere toegankelijkheid. Toch raakt door de voortdurende uitbreiding van de collectie het depot vol. Herschikken geeft soms wat ruimtewinst, maar de grens is inmiddels bereikt.

Wat de registratie van de voorwerpen betreft, zijn de bestanden even consciëntieus als andere jaren bijgehouden. Nog altijd is het Amsterdam Pipe Museum een van de weinige musea die geen registratieachterstand kent. Van de gefotografeerde objecten zijn tevens de inschrijvingen geüpdate. Daarnaast is opnieuw aan talloze records tacit knowledge toegevoegd, die de interpretatie van de voorwerpen waardevoller maakt.

Het in 2014 ingezette pedigreeonderzoek naar een beter inzicht over de herkomst van de objecten uit onze collectie is dit jaar afgerond. Tot de laatste stappen behoorden het nauwkeuriger bepalen van de periodes van eigenaren; via persoonlijke contacten konden nog extra herkomstgegevens achterhaald worden. Deze vorm van herkomstonderzoek, zo zelden uitgevoerd bij kunstnijverheid, heeft ertoe geleid dat van talloze objecten uit onze collectie de gang van producent tot opname als museumobject volledig traceerbaar is.

Het tienjarig bruikleencontract met het Nederlands Openluchtmuseum in Arnhem eindigde dit jaar. Een decennium lang presenteerde dit populaire museum 200 objecten uit onze collectie in een sfeervol vertrek, voorzien van een videofilm over ons museum. Deze voorwerpen zijn nu teruggekomen, schoongemaakt en opnieuw gefotografeerd. Zij hebben jarenlang een mooie promotie voor ons museum gemaakt.

Medewerking werd verder verleend aan twee exposities. In Den Bosch was dat aan het Noord-Brabants Museum waar de expositie "Uit verre landen" werd gehouden, gewijd aan koffie, thee, tabak en andere koloniale waren. In het najaar ging een reeks bruiklenen naar een tentoonstelling over Koninklijke Goedewaagen in Museum Krimpenerwaard. Daarnaast waren er incidentele bruiklenen aan exposities zoals in Castrum Perigrini in Amsterdam.

Digitalisering
Ook het werk aan de digitalisering is in 2015 met verve vervolgd. Cruciaal daarin is de fotografie, de database zelf is immers qua inhoud goed bijgehouden. Het afgelopen jaar zijn ruim 9.000 foto's gemaakt die het totale bestand van online-objectfoto's op meer dan 128.000 brengt. Het aantal op het web ontsloten objecten steeg van 24.877 naar 26.739 voorwerpen. Een groei vergelijkbaar met voorgaande jaren. Ongemerkt is inmiddels ruim 85 procent van de collectie op het internet zichtbaar met een gemiddeld aantal van vijf foto's per object - een unicum in de Nederlandse museumwereld!

Naast aanvulling van foto's is dit jaar gewerkt aan het bijsnijden en op kleur kalibreren van oude foto's. In de loop van de jaren zijn de werkroutine en de techniek verbeterd. Zo was na jaren werken de standaard geleidelijk iets verschoven. In vier weken is die nu over de volle breedte herzien.

Het beheer van de website www.pipemuseum.nl liep dit jaar niet helemaal naar wens. Er manifesteerden zich serieuze problemen, die met voortvarendheid door Weblogics zijn hersteld. Hulde aan Jurgen de Jonge voor zijn assistentie hierin. De oude, nog altijd actieve website www.pijpenkabinet.nl kon niet meer worden bijgewerkt omdat de programmatuur wegens veroudering niet meer draait op onze computers. Knelpunt blijft dat www.pipemuseum.nl vanwege de taal onvindbaar blijft voor de buitenlandse bezoeker. Dit wordt een aandachtspunt voor het nieuwe jaar. Met een toenemend aantal hits en bezoekers op onze website heeft het museum duidelijk aan publiciteit gewonnen. Met als resultaat een stroom aan informatieverzoeken, waarvan sommige ook resulteerden in kennistoename aan onze zijde.

Onderzoek en publicaties
Ook dit jaar is tijd besteed aan onderzoek en voorbereiden van publicaties. De lange traditie die ons museum hierin heeft is verplichtend. Dit jaar waren de resultaten van het schrijfwerk wat mager, maar er zit meer in de pen; vanzelfsprekend zijn deze resultaten weer terug te vinden op het internet.

Een belangrijk artikel draagt te titel De toonkamercollectie van de Koninklijke Goedewaagen, wat er nog van rest. Een korte bijdrage over de pijpensnijder Jean Perron is een introductie in het onderzoek naar de ontwerpgedachte achter de pijp van meerschuim. Daarnaast werd de reeks Object van de maand weer verder uitgebreid met twaalf nieuwe onderwerpen. Een nieuw onderzoek naar de twintigste-eeuwse tabakspijp is gestart, maar voor een nieuw thema als dit moet nog veel aanvullend onderzoek worden verricht voordat het rijp is voor publicatie.

Bezoekfunctie
In 2015 lag het aantal bezoekers op 3.128, onder te verdelen in Museumkaarthouders 973 personen, IAmsterdam card 1259 personen en vol betalend 243. Het aantal gratis bezoekers bedroeg 653, inclusief 392 personen tijdens de Museumnacht. De museumwinkel in het souterrain zorgde voor een extra van ruim 5.800 personen.

Het merendeel van de bezoekers betreft toeristen uit het buitenland, vrij constant een percentage van circa 85%. Alleen activiteiten zoals een tentoonstelling genereert bezoek van museumkaarthouders uit Nederland. De museumkaarthouders wordt overigens steeds vaker aan buitenlanders verkocht, zo blijkt uit ons bezoek.

Probleem blijft de zichtbaarheid van het museum aan de gracht. Vorig jaar moest het museum na een gemeentecontrole zijn minuscuul weergegeven naam van de gevel verwijderen. Het komt dagelijks voor dat personen dralend voor de ingang staan zonder te weten waar zij terecht kunnen. Deze situatie is des te navranter doordat diverse coffeeshops naast het museum juist hun reclame hebben vergroot! Dit jaar vond opnieuw overleg plaats met de gemeente over de banier die bijna alle musea in de stad voeren. Wij wachten op de nieuwe welstandsnota; pas wanneer die na inspraak zal worden vastgesteld door de gemeenteraad, is een nieuwe aanvraag mogelijk, hopelijk in 2016.

Ook dit jaar is voor eerstejaars studenten archeologie van de Universiteit van Amsterdam een college verzorgd met een aansluitend museumbezoek. Daarnaast verleende het museum zijn expertise aan diverse studenten voor hun studie of werkstuk. Voor de tweede maal deed het Amsterdam Pipe Museum mee aan de Museumnacht op zaterdag 7 november. Opnieuw een succesvolle publieksactiviteit, met een aantal van bijna 400 bezoekers iets minder dan vorig jaar vanwege het regenachtige weer. Het evenement liep van 19 uur 's-avonds tot 2 uur in de nacht. Naast beknopte rondleidingen die doorlopend werden gegeven door diverse vrijwilligers, bestond het programma uit een terugkerende voordracht over de pijproker en zijn keuze voor een bepaald pijpmodel. Opnieuw werd met veel succes rookbier geserveerd met rookworst, naast rookkaas en tabakslikeur. Voor de bemanning werd bijstand verleend door vrijwilligers van Booking.com.

Van 2 september tot 12 december 2015 hield het museum de expositie "Vincents passie voor pijproken". De expositie bestond uit (zelf-)portretten van de pijprokende Vincent van Gogh met daarnaast voorbeelden van vergelijkbare tabakspijpen uit onze collectie. De tentoonstelling werd ondersteund door een webpresentatie over de beroemde kunstschilder en zijn favoriete rokertje. Deze virtuele expositie, die alle beschikbare informatie bevat over de pijpen van Van Gogh, zijn rookgewoonte en wat hij er zelf over schreef in zijn brieven, blijft als permanent resultaat op onze website. De expositie trok, mede door de samenwerking met het Van Gogh Museum Amsterdam, veel publiciteit en haalde zelfs de voorpagina van Pipes & Tobacco, het meest gelezen Amerikaanse vakblad voor pijprokers.

Publiciteit en vermeldingen in de pers
Op 31 januari besteedde De Telegraaf een dubbele pagina aan het pijproken, grotendeels gebaseerd op een interview met Benedict Goes, inclusief een groot portret. Iets vergelijkbaars gebeurde 3 september toen de Holland Media Combinatie een volle bladzijde over het Amsterdam Pipe Museum toevoegde in een bijlage van alle dagbladen in Noord- en Zuid-Holland. Het bereik van dit stuk, wederom met een groot portret, was enorm. Dit artikel zorgde voor een merkbare toename van het aantal museumkaart-bezoekers gedurende de najaarsmaanden. Verder werd op 1 september 2015 in een uitzonderlijk radio-interview op NPO1 tien minuten gesproken voor de nachtelijke luisteraars om 4:35 uur!! Aanleiding voor dit interview was onze Van Gogh expositie.

De positieve berichten op Tripadvisor blijven aanhouden. Ons museum ontving dit jaar het certificaat van uitmuntendheid. Inmiddels staan wij op plaats 17 van de 112 musea en galeries in Amsterdam!

Het gebruik van ons Facebook-account moet de komende periode verbeteren. Met 25 berichten zijn we niet ontevreden, maar het aantal volgers is nog niet indrukwekkend. Vooral onze berichten over de Van Gogh-pijpententoonstelling en de MuseumNacht lokten leuke reacties uit, niet in de laatste plaats doordat een van onze pijpen groots figureerde in de campagne rond de museumnacht. Deze was zowel te zien in A0-posters in de stad als op een Youtube-film die bijna 4000 keer is bekeken.

Naast onze pagina op Facebook verschijnt alle nieuws over het Amsterdam Pipe Museum vanaf de zomer ook op onze eigen homepage www.pipemuseum.nl. Inmiddels is op de nieuwe site ook de rubriek "Object van de Maand" geplaatst met een indrukwekkende reeks. In de maanden september tot en met november was het Amsterdam Pipe Museum vertegenwoordigd in een openlucht-tentoonstelling in de Sint Antoniesbreestraat in Amsterdam. Wij kregen de beschikking over drie muurvitrines in de straat met fraaie collages van foto's van ons museum en de collectie. Een originele manier om reclame te maken voor de kleinere musea in de stad op initiatief van Stichting Kunst&Cultuur Stadshart Amsterdam.

Het webbezoek bleef goed op peil met ca. 53.200 (was 54.800 in 2014) unieke bezoekers op de oude site. Daarnaast trekt de site www.pipemuseum.nl inmiddels ca. 23.000 bezoekers (was 18.500 in 2014).


Klik hier voor de jaarrekening 2015

1

Afbeeldingen 1 / 4

Indianen tomahawk geheel van steen
Snuff mull, Schotse tafelsnuifdoos
Ontwerp voor een meerschuim pijp
Zogenaamde panel pipe van de Haida